Wat doet de paardentandarts en hoe gaat hij te werk?


Terug naar START terug naar INTRO CONTACT

 

Wat doet de tandarts? De meest voorkomende verrichtingen:

* het nivelleren van de occlusie-oppervlakken zonder daarbij de schuine hoek tussen de tandtafels te verstoren:  met diverse speciale vijlen worden onregelmatigheden op het tandoppervlak weggevijld, zodat het kontakt tussen de tanden in boven- en onderkaak wordt hersteld. Daardoor komt het kaakgewricht terug in balans.

* het verwijderen van doppen (melktanden die niet spontaan zijn uitgevallen) en wolfstanden met behulp van speciale gereedschappen.

Soms (vooral als een gebit niet goed is bijgehouden) zijn de te verwijderen haken en dominanties zo groot, dat het onbegonnen werk is om ze met de hand weg te vijlen. In deze gevallen wordt er gebruik gemaakt van een elektrisch gereedschap, een soort frees.

 

Hoe gaat de tandarts te werk?

Uiteraard wordt er als eerste een diagnose opgemaakt. De algemene toestand van het paard wordt beoordeeld en met name het hoofd wordt geinspecteerd. Het kaakgewricht wordt gekontroleerd op gevoeligheid en beweeglijkheid. Door de onderkaak te bewegen kan de tandarts voelen en horen of er blokkades zijn. De bevindingen worden genoteerd op een diagnoseformulier. Het paard heeft ondertussen de gelegenheid te wennen aan de tandarts.

Dan volgt de inspectie van de mond. De tandarts kijkt in de mond, een lampje op zijn voorhoofd zorgt voor een goede verlichting. Hij kijkt niet alleen naar de tanden, maar kontroleert ook of er verwondingen of ontstekingen zijn van de tong, het gehemelte, het tandvlees en de wangslijmvliezen.

Het paard krijgt een klem in om zijn mond open te houden. Hij staat daarbij gewoon los in zijn box. Hij krijgt de gelegenheid om te wennen aan de handelingen van de tandarts, die rustig met evt. bewegingen van het paard meegaat. Het paard merkt al snel dat hem geen pijn wordt gedaan en krijgt vertrouwen. In 95% van de gevallen is het niet nodig het paard te tranquilliseren.

De eigenaar wordt in de gelegenheid gesteld om de vastgestelde  problemen te zien en te voelen en om uitleg te vragen. De afwijkingen worden ingetekend op een schematische voorstelling van het gebit op het diagnoseformulier. Dit formulier wordt na de behandeling ter beschikking gesteld aan de eigenaar.

Na de behandeling wordt gekontroleerd of het kaakgewricht voldoende in balans en beweeglijk is. De eigenaar mag opnieuw kijken en voelen, om zich ervan te overtuigen dat de problemen zijn verholpen.